Mevrouw Geesteren woont sinds het overlijden van haar man alleen. Het huis waar ze woont is eigenlijk te groot. Ze kan het huishouden allang niet meer aan, maar accepteert geen hulp. Bovendien verzamelt ze van alles. Het huis staat tjokvol. Ze leeft tussen de spullen, voor zover daar nog ruimte voor is. Koken doet ze op een buta-gasstelletje omdat het gas enige tijd geleden is afgesloten. Buren maken zich zorgen, omdat ze nauwelijks meer buiten komt. Ook voor hen doet ze de deur niet meer open. Ze is onlangs gevallen en brak toen een been. Ze praat veel in zichzelf en lijkt zich niet altijd bewust van haar omgeving. Thuiszorg en hulp in de huishouding blijft ze weigeren. Of er kinderen zijn die haar zouden kunnen helpen is niet bekend.