Mevrouw Brink was ondernemer. Sinds ze in scheiding ligt met haar man gaat het slecht met het bedrijf. En met mevrouw Brink. Haar man is inmiddels vertrokken, maar de scheiding is nog niet afgerond. Dat staat het vinden van een oplossing voor de schulden die ze inmiddels heeft ontwikkeld in de weg.

Daarnaast vertoont ze regelmatig verward gedrag. Zo gaat ze tekeer tegen buren die zich zorgen om haar maken. Dat doet ze zowel thuis als op straat. Het gaat van kwaad tot erger. Bij instanties waar ze hulp van nodig heeft gaat ze schreeuwen wanneer niet direct gebeurt wat ze in gedachten had. Wanneer dat niet helpt, dreigt ze meerdere malen suïcide te plegen.

De politie kan weinig met de E33 meldingen die worden gedaan. Eigenlijk voelt geen instantie zich integraal verantwoordelijk. Inmiddels heeft ze wel een persoonlijkheidsstoornis gediagnosticeerd gekregen, daarvoor wordt ze ook behandeld. Dat maakt nu nog geen groot verschil omdat ze bezorgd is over de aankomende executieverkoop van haar woning. Een sociale huurwoning regelen voor mevrouw Brink is niet eenvoudig. Ze heeft weliswaar 81 gronden om aanspraak te maken op urgentie, maar tijdens de afgelopen periode heeft ze geen aangifte inkomstenbelasting gedaan. Daarom kan haar inkomen niet vastgesteld worden – en dat is een formele vereiste om voor de urgentieregeling in aanmerking te komen.