Meneer de Vries kwam op indicatie van zijn huisarts in een prikkelarme omgeving in een ouderenwoning terecht. Zijn curator gaf per brief aan dat hij meneer niet in staat achtte zelfstandig te wonen. Toch kreeg hij de ouderenwoning toegewezen middels een driehoeksovereenkomst met de woningbouwcoöperatie en de lokale GGz-instelling.

Daar begon al snel de overlast: brieven naar de buren, dreigementen en geschreeuw. Het betrokken team uit de GGz ging niet meer naar binnen zonder politiebegeleiding. De Woningbouwcoöperatie probeerde een doorbraak te realiseren, maar kreeg nul op rekest bij de GGz-instelling. Ook de gemeente nam geen regie en reageerde laconiek op de oproep van de woningbouwcoöperatie.

Uiteindelijk verstuurde de woningbouwcoöperatie een brief met een vonnis uithuiszetting naar meneer. Als reactie daarop is de RM-aanvraag vervroegd en uitgeschreven. Toen bleek er echter geen opnameplek beschikbaar te zijn voor meneer. Er is nog geen oplossing, en de RM verloopt over een week.