De heer Peeters heeft een uitgebreide voorgeschiedenis in de GGZ en een justitieel verleden. Recent liep hij hersenletsel op en dat heeft zijn problemen verergerd. Na afloop van zijn ISD- traject wordt de heer Peeters, na uitgebreid overleg met verschillende instellingen, geplaatst in een beschermde woonvoorziening. Daar gaat het al snel mis. Hij bedreigt het personeel en medebewoners en richt vernielingen aan. Omdat er echter geen sprake is van een psychiatrische stoornis, is een IBS niet mogelijk. Hij komt op straat terecht en komt daar meerdere keren met de politie in aanraking. De GGD, gemeente en politie benaderen verschillende instellingen voor een oplossing maar allen geven aan geen plek te hebben. Ook wordt ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg ingeschakeld.

Uiteindelijk wordt de heer Peeters, na bemiddeling en tijdelijke financiering vanuit het forensisch plaatsingsloket, op een tijdelijke plek in een forensisch psychiatrisch centrum geplaatst. De gemeente spreekt met de regionale forensische aanbieder af dat meneer Peeters daar kan verblijven in afwachting van een definitieve plaatsing bij een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Dat lijkt, alles overwegende, de beste plek te zijn. De gemeente en beide instellingen maken hierover afspraken.

Bij de screening van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) blijkt echter vervolgens dat de heer Peeters niet voor een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg) in aanmerking komt. Hierdoor trekt de tweede aanbieder zich terug en raakt een goede oplossing voor de heer Peeters uit het zicht. De forensisch aanbieder geeft aan dat hij de heer Peeters niet te lang in de kliniek kan houden omdat de financiering hier niet in voorziet. De gemeente wordt gevraagd om financieel bij te springen.

Na bemiddeling vanuit het landelijke Schakelteam, komt naar voren dat de plaatsing van de heer Peeters ook vanuit de Zorgverzekeringswet gefinancierd kan worden omdat er sprake is van medisch noodzakelijk verblijf. Omdat zijn zorgverzekeraar echter geen zorg heeft ingekocht bij deze aanbieder wordt eerst met een tweetal andere instellingen overlegd die wel een contract hebben met de verzekeraar. Als blijkt dat daar geen adequate zorg geboden kan worden, maken de verzekeraar en de instelling afspraken over de financiering van de plaatsing van de heer Peeters.